Een meerderheid van de agrarische ondernemers, namelijk 62,8 procent, heeft plannen om in 2026 te investeren in hun bedrijf. Dit blijkt uit het Nieuwe Oogst Trendonderzoek onder ruim 700 agrariërs. Ondanks de uitdagingen in de sector blijft het vertrouwen in de toekomst groot, met een duidelijke focus op innovatie, verduurzaming en het behouden van een sterke concurrentiepositie.
De investeringen richten zich vooral op algemeen onderhoud (36,7 procent), nieuwe stallen of gebouwen (30,4 procent) en nieuwe trekkers of mechanisatie (24,5 procent). Ook grondaankoop voor extensivering staat bij 17,3 procent op de agenda. Een kleinere groep (6,1 procent) wil investeren in neventakken zoals verkoop aan huis en kampeervoorzieningen, wat wijst op een diversificatie van bedrijfsactiviteiten.
Opvallend is de sterke daling in investeringen in energieopwekking: waar in 2023 nog bijna de helft van de ondernemers hier geld voor wilde vrijmaken, is dat nu gedaald naar 7,5 procent. Dit hangt samen met het wegvallen van de SDE++-regeling vanaf 2027, wat de financiële prikkel voor duurzame energieprojecten vermindert.
Van de ondernemers heeft 36,7 procent geen investeringsplannen. Zij geven aan tevreden te zijn met hun huidige bedrijfsopzet, maar ook onzekerheid over landbouwbeleid en markt, en financiële beperkingen spelen een rol. De focus ligt bij 44 procent op stabilisatie van het bedrijf, terwijl ongeveer evenveel ondernemers willen groeien (13,6 procent) als het rustiger aan willen doen (14,6 procent). Toch worstelen sommigen met de situatie; een Brabantse fruitteler noemt zijn focus zelfs ‘overleven’.
Al met al schetst het Trendonderzoek een gemengd beeld: veel boeren en tuinders zetten bewust stappen om hun bedrijf op peil te houden en waar mogelijk te verbreden, terwijl een substantiële groep juist pas op de plaats maakt of zelfs in de overlevingsstand staat. De ruimte om te investeren is er dus vaak nog wel, maar wordt scherp afgewogen tegen een onzekere markt, wisselend beleid en persoonlijke toekomstplannen.
Bronnen