Zodra je een inkomen in box 1 hebt dat hoger ligt dan een drempelbedrag, wordt het bedrag van de algemene heffingskorting afgebouwd (hoe hoger je inkomen, des te lager de korting tot uiteindelijk nihil).
Tot en met 2024 was alleen het inkomen uit box 1 (werk en woning) bepalend voor de hoogte (en afbouw) van de algemene heffingskorting. Vanaf 2025 telt echter het totale verzamelinkomen mee voor de afbouw, dus ook het inkomen uit box 2 (aanmerkelijk belang, bijvoorbeeld dividend uit een BV) en box 3 (sparen en beleggen).
Wat betekent dit concreet?
Waar voorheen uitsluitend het box 1-inkomen (zoals bijvoorbeeld loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden) bepalend was voor de afbouw van de algemene heffingskorting, gaat nu ook ander inkomen meetellen. Heb je bijvoorbeeld veel vermogen in box 3 of ontvang je dividend uit je eigen BV in box 2, dan kan dat vanaf dit jaar (2025) ervoor zorgen dat jouw algemene heffingskorting sneller wordt afgebouwd.
De afbouw start bij een verzamelinkomen vanaf circa € 28.406 en is volledig verdwenen bij een inkomen van € 76.817 of hoger. Het maakt daarbij dus niet meer uit uit welke box jouw inkomen komt.
Waarom deze wijziging?
De overheid wil hiermee meer gelijkheid creëren tussen belastingbetalers. Tot nu toe konden mensen met een laag box 1-inkomen, maar hoog inkomen uit box 2 of box 3 profiteren van een hogere heffingskorting dan iemand met hetzelfde totaalinkomen uitsluitend uit box 1. Vanaf dit jaar (2025) wordt dat verschil opgeheven: wie hetzelfde totaalinkomen heeft, krijgt ook dezelfde afbouw van de algemene heffingskorting.
Wat betekent dit voor jou?
De hiervoor beschreven aanpassing kan ertoe leiden dat je over het jaar 2025 meer belasting betaalt dan voorheen, ondanks dat je totale inkomen (verzamelinkomen) verdeeld over box 1, 2 en 3 nagenoeg gelijk is gebleven. Dat komt doordat het inkomen uit box 2 en 3 vanaf dit jaar ook meetelt voor de afbouw van de algemene heffingskorting.